Woordenboek
A
Anus
Uitgang van het darmkanaal.
B
Baarmoeder
Een peervormig orgaan met dikke spierwand die een kleine holte omsluit. De wand van deze holte is bedekt met een slijmvlieslaag. Tijdens een zwangerschap groeit de baby in de baarmoeder.
Baarmoedermond
Opening naar de baarmoeder in de vagina (Zie ook Baarmoeder)
Baarmoederslijmvlies
Slijmvlies van de baarmoeder. In geval van een zwangerschap nestelt de bevruchte eicel zich in het verdikte en met voedingstoffen verrijkte slijmvlies. (Zie ook Baarmoeder)
Balzak
Achter de penis hangt een zakje, de balzak of ook wel scrotum genoemd. Hierin bevinden zich de zaadballen met ieder een bijbal. (Zie ook Penis)
Bevruchting
Het binnendringen van een mannelijke zaadcel in een eicel. De bevruchte eicel kan uitgroeien tot een baby.
Bijbal
De bijballen liggen aan de achterkant van de zaadballen. In de bijballen worden zaadcellen opgeslagen. Ze zijn verbonden met de zaadleiders. (Zie ook Zaadbal)
Blaas
Een hol, gespierd orgaan dat dient als een opslagruimte voor urine. Doorgaans kan het ongeveer 300 tot 500 ml urine opslaan.
C
Cervix
Zie: Baarmoedermond
Clitoris
Ligt voor de urinebuis, tussen de kleine schaamlippen. Ze zorgt voor seksuele opwinding en reageert heel gevoelig op aanraking.
Cyclus
Zie: Menstruatiecyclus
E
Eicel
Een eicel is een vrouwelijke kiemcel. Bevruchting kan plaatsvinden als een eicel en een mannelijke zaadcel samenkomen. (Zie ook Bevruchting)
Eierstok
Vrouwelijke geslachtsklier. Een orgaan ter grootte van een pruim. Links en rechts van de baarmoeder ligt er een onder de eileiders. In de eierstokken rijpt elke vier weken een eicel. (Zie ook Eileiders)
Eikel
De enigszins verdikte top van de penis. De eikel is deels bedekt door de voorhuid. (Zie ook Penis)
Eileider
Twee dunne buizen met een lengte van ongeveer 15 cm, die van het bovenste deel van de baarmoeder naar de eierstokken lopen. De rijpe eicel gaat (na de eisprong) door de eileider in de richting van de baarmoeder. (Zie ook Eierstok)
Eisprong
Elke vier weken rijpt een eicel in de eierstokken. Als de eicel rijp is, verlaat zij de eierstok en gaat naar de eileider. Dit noemen we eisprong of ovulatie. (Zie ook Eicel)
Ejaculatie
Zie: Zaadlozing
Epididymis
Zie: Bijbal
G
Geslachtshormonen
Deze hormonen zorgen voor de voortplanting en zetten de ontwikkeling van de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen in werking.
Glans
Zie: Eikel
Hormonen
Chemische stoffen die via de bloedbaan veel processen in het lichaam regelen, bijvoorbeeld het begin en einde van de lichamelijke ontwikkeling tijdens de puberteit.
Hymen
Zie: Maagdenvlies
K
Kittelaar
Zie: Clitoris
M
Maagdenvlies
Een zachte, elastische huidplooi, die aan de binnenkant rond de ingang van de vagina ligt. Deze heeft een natuurlijke opening, waardoor natuurlijke vaginale afscheidingen en het menstruatiebloed naar buiten kunnen.
Menstruatie
Gewoon, zuiver bloed, vermengd met afgestoten stukjes baarmoederslijmvlies, dat het lichaam via de vagina verlaat. Je vindt meer informatie in het hoofdstuk "Menstruatiecyclus" op deze website.
Menstruatiecyclus
De verstreken tijd tussen de eerste dag van de menstruatie en de laatste dag vóór de volgende menstruatie. Dit zich voortdurend herhalend proces omvat de verdikking van het baarmoederslijmvlies, de eisprong en de menstruatiebloeding. De lengte van een menstruatiecyclus verschilt van vrouw tot vrouw. De gemiddelde lengte is ongeveer 28 dagen. Je vindt meer informatie in het hoofdstuk "Menstruatiecyclus" op deze website.
O
Ovarium
Zie: Eierstok
Oviduct
Zie: Eileider
Ovulatie
Zie: Eisprong
Ovum
Zie: Eicel
P
Penis
Deel van de mannelijke geslachtsorganen. Bestaat uit drie sigaarvormige zwellichamen.
Periode
Zie: Menstruatie
Prostaat
Zie: Prostaatklier
Prostaatklier
Een kastanjevormig orgaan, dat net onder de blaas van de man ligt en rond het begin van de urinebuis. De prostaatklier scheidt een melkachtige vloeistof uit, die wordt vermengd met de mannelijke zaadcellen en helpt het sperma beweeglijk te houden. (Zie ook Zaadleider)
R
Regels
Zie: Menstruatie
S
Schaamhaar
Haar rond de geslachtsorganen dat tijdens de puberteit begint te groeien.
Schaamlippen
De grote en kleine schaamlippen bedekken en beschermen de ingang van de vagina.
Schede
Zie: Vagina
Scrotum
Zie: Balzak
Sperma
De in de zaadballen geproduceerde zaadcellen samen met het vocht uit de zaadblaasjes en uit de prostaatklier. (Zie ook Zaadlozing)
T
Teelballen
Zie: Zaadballen
Testikels
Zie: Zaadballen
U
Urethra
Zie: Urinebuis
Urinebuis
De urinebuis loopt van de blaas naar buiten. Bij een man loopt hij door de penis. Bij een vrouw ligt hij voor de ingang van de vagina.
Uterus
Zie: Baarmoeder
V
Vagina
Een elastische buis, die de verbinding vormt tussen de geslachtsorganen en de buitenwereld. De vagina is zeer nauw bij de ingang en wordt verder naar binnen veel wijder. De ingang ligt tussen de opening van de urinebuis en de anus.
Vas deferens
Zie: Zaadleider
Vulva
De uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen
Z
Zaadballen
Paar mannelijke klieren. In de zaadballen worden zaadcellen geproduceerd. (Zie ook Balzak)
Zaadblaas
De zaadblaasjes voegen vocht aan de zaadcellen toe, dat tijdens de zaadlozing met het zaad naar buiten komt. Dit vocht stimuleert de beweeglijkheid van het zaad en helpt ze de weg door de vagina te overleven. Ook de prostaat scheidt een dergelijk vocht af. (Zie ook Prostaatklier)
Zaadleider
Voortzetting van de bijballen. De zaadleiders lopen vanaf de bijballen naar de prostaatklier en komen uit in de urinebuis. Ook de zaadblazen staan in verbinding met de zaadleiders. (Zie ook Bijbal)
Zaadlozing
Uitstoting van zaadcellen op het seksuele hoogtepunt van een man (Zie ook Sperma)
